Ik ben op reis en neem mee....

Onze week kamperen met de vouwwagen zit er weer op.
Het was weer heerlijk en toch denken we er steeds vaker aan om na 12 jaar iets anders aan te schaffen. Mijn ouders namen dit weekend de vouwwagen weer mee terug om te stallen in hun schuur. Wanneer ze wegrijden met onze gedeelde klapkar achter hun auto voel ik verdriet. Tussen mijn keel en mijn maag verzamelt het zich altijd en het liefst nestelt het zich lekker tegen mijn maag aan om het nog wat extra gewicht te geven. Links voel ik een traan. Het was zo fijn dat ze er waren. Voor het eerst sinds 3 jaar waren we samen op de sterfdag van mijn broer, hun eerstgeborene, van hun enige zoon. 

De afgelopen 3 jaar zat ik op deze dag met mijn gezin in Frankrijk. Zo ook op de dag dat het leven van mijn broer stopte. Hij kon niet meer. Het licht was al zo lang uit zijn mooie ogen verdwenen. Het was al weken spannend voor die bewuste dag midden in de zomer van 2017. Toch hadden we besloten om op vakantie te gaan. De voor mij onmogelijk ingewikkelde procedure van de gedwongen opname die in gang was gezet kon nog wel even duren. De rechterlijke machtiging was namelijk nog maar net aangevraagd. Blijkbaar is er veel tijd nodig om te zien en te beoordelen dat iemand echt in crisis zit. Het ging echt slecht met mijn broer, die op dat moment alweer bijna 3 jaar bij onze ouders woonde omdat zijn huis in Rotterdam zo onveilig geworden was voor hem.

Vele jaren van donkere periodes afgewisseld met lichte periodes waren er aan vooraf gegaan. Nu was er bang in zijn wereld gekropen en dat had definitief besloten daar te blijven, evenals de vele stemmen die hem gidsten door zijn leven. Zijn wereld kromp steeds verder en had zich inmiddels beperkt tot mijn oude slaapkamer van zo’n 3m2 waar hij nog maar sporadisch uit kwam. Zijn angsten daarentegen waren onmetelijk en onmenselijk groot. De enige die hij toestond om zijn kamer te betreden was Secundo, zijn rode kater die al net zo op zijn hoede was als zijn baasje. Mijn ouders gaf hij nog het voordeel van de twijfel. Mijn broer stond ze argwanend toe in zijn kleine verstikkende wereld. Mij kon hij sinds 1e kerstdag van 2016 al niet meer toestaan in die wereld. Het echte contact van elkaar in de ogen kunnen kijken had plaatsgemaakt voor alle contact vermijden. Ik hou me voor dat hij het niet meer aan heeft gedurfd om mij te zien, uit angst dat ik zag hoe het werkelijk met hem was. Hij was geen schim meer van wat hij ooit was, uitgehold en gevuld met angst.

Op afstand wisten mijn broer en ik altijd hoe het met elkaar ging en dat lijntje is altijd gebleven, ook toen we elkaar fysiek niet meer zagen. Uit zelfbescherming had ik eerder al een stapje achteruit gedaan omdat het te pijnlijk voor me was hem zo te zien. Die zichtbare en voor mij zo voelbare eenzaamheid heb ik altijd het moeilijkst gevonden. Pijnlijke machteloosheid was mijn deel. Je kan iemand de hemel inprijzen, hem overladen met complimenten en kwaliteiten benoemen die je bij hem ziet, hij bereikt die hemel niet als hij het anders ziet. Wanneer je zelfbeeld en je kijk op de wereld zo verschilt van dat wat er tegen je wordt gezegd, wie geloof je dan? Ik zou het ook wel weten.

Aan zijn gedwongen opname ging een voor ons noodgedwongen besluit vooraf. We hadden geen keus meer, we stonden met onze rug tegen de muur. Afschuwelijk. Vooral ook omdat het zo indruiste tegen alles wat mijn broer wilde en waar hij voor stond. Hij had autonomie en zelfstandigheid hoog in het vaandel staan. Maar het kon niet meer langer zo. Hoe veilig was het nog? Voor hem en ook voor mijn ouders. Zo beperkt in hun eigen huis en in hun leven. Ik kan me er maar ten dele een voorstelling van maken hoe zwaar het voor hen moet zijn geweest. Net zo goed hoe zwaar het voor mijn broer moet zijn geweest. Echt weten doe ik het niet. Alleen het gissen ernaar is al enorm pijnlijk.

De vouwwagen delen we met mijn ouders en daar staat hij in de schuur. Mijn vader zorgt er voor ons vertrek altijd netjes voor dat de banden op spanning zijn. Dat de tent nog even open is geklapt en gecheckt, eventuele losse schroefjes in de keuken zijn vastgezet en dat de tent met een goed uitgekiende precisie weer netjes opgevouwen in de bak ligt. Mijn moeder draagt zorg voor de inhoud van de keuken. Alles nog even gecheckt en door de vaatwasser en weer netjes terug in het keukenlaatje. Dat overigens ooit ook door mijn vader met diezelfde precisie aan het bestaande keukentje was toegevoegd, wel zo handig. Vervolgens wordt er traditiegetrouw een fles wijn met een kaartje eraan in het linkerlaatje gelegd. “Fijne vakantie lieverds, geniet ervan xx br” En dan kan de vakantie eigenlijk beginnen.

Toen ik 3 jaar geleden de vouwwagen ophaalde had ik stilletjes de hoop mijn broer nog te zien. Hij had zich opgesloten in zijn kamer en ik heb hem uit respect daar gelaten. Wetende dat dit het nu wel eens echt zou kunnen zijn. Ik heb hem in gedachten verteld dat ik op vakantie ging en gedag gezegd. Met in de hoop dat mijn ‘dag broer’ over ons lijntje heeft gelopen en hem heeft bereikt. Met mijn verdriet goed genesteld en stevig aangesnoerd op mijn maag gingen we op vakantie. Mijn broer en mijn ouders reden als extra bagage mee achter op de vouwwagen. Onderweg was er genoeg afleiding en het lukte me maar ten dele om echt even in Frankrijk bij mijn gezin te zijn. Het was wachten, wachten totdat het echt mis zou gaan.

Maandag 31 juli was een grijzige rustige warme dag. Een slome dag in Frankrijk met bijna een serene stilte als voorbode voor wat komen ging. Mijn verdriet liet aan het eind van de middag al van zich horen. Die had via het lijntje al aangevoeld dat het nu mis was. Aan het eind van de dag werd duidelijk dat het meest onvoorstelbare en meest pijnlijke was gebeurd. Het was genoeg geweest. Het lijden was gestopt maar daarmee helaas ook zijn leven. De gedwongen opname heeft hij niet meer afgewacht.

De volgende dag reden we naar Nederland met de vouwwagen weer achter ons aan. Deze keer zaten mijn broer en mijn ouders in de auto. Mijn ouders ergens op de achterbank tussen de kussens van de kinderen en mijn broer zat bij mij op schoot en ik hield hem stevig vast. De weg was onvoorstelbaar lang, onze concentratie kort. Het was alsof we door stroop naar Nederland reden maar we kwamen langzaamaan dichterbij. 

Vanaf die dag ben ik onderweg en draag ik mijn broer met mij mee en vertel ik zijn verhaal, ons verhaal. Over hoe hij het geluk niet meer kon vinden, over hoeveel geluk ik had hem als broer te hebben en hoe pijnlijk en ingewikkeld het leven ook kan zijn. Soms zit hij op de achterbank. Soms vastgeklemd bij mij op schoot uit angst dat wanneer ik hem loslaat hij er voorgoed niet meer zal zijn. Gaandeweg leer ik, dat wanneer ik hem even alleen laat dat hij er bij thuiskomst gelukkig nog steeds blijkt te zijn. Ik kan hem blijkbaar even loslaten zonder te verliezen. Het ophalen en wegbrengen van onze vouwwagen brengt me telkens terug naar die bewuste zomer. Ineens realiseer ik me de echte reden waarom ik er afstand van wil doen.